Geschiedenis

Geschiedenis en oorsprong van de Ayurveda

De ayurvedische traditie en oorsprong

 

De geschiedenis van India kunnen wij verdelen in drie tijdvakken: de pre-vedische periode, die geduurd zou hebben tot omstreeks 2500 jaar v.C., de vedische periode, die van 2500 v.C. tot 500 v.C. geduurd zou hebben, en vervolgens de post-vedische periode van 500 v.C. tot de 9e eeuw n.C. Over het begin van de pre-vedische periode is weinig bekend.
De vedische periode dankt haar aanduiding aan de vedische geschriften die in die tijd bekend werden. Zij werden in het Sanskriet geschreven. Sanskriet kan gerekend worden tot de oudste talen van de wereld. Deskundigen op dit gebied vermoeden dat Sanskriet werd gesproken door het vroege Arische ras dat omstreeks 1500 v.C. leefde in het gebied van de Himalaya’s.
Vermoedelijk omstreeks 1500 v.C werden de Veda-geschriften voor het eerst op papier vastgelegd. Voor deze tijd werd de kennis van de Veda’s ‘mondeling’ doorgegeven en bewaard in bepaalde families. Van jongs af aan kreeg men onderricht in het reciteren van deze teksten.

De vedische geschriften

De vedische geschriften vormen de basis voor het ontstaan van de zes filosofische scholen of Shat Darshana en van het hindoeïsme en bestaan globaal uit drie delen: de brahmana’s, Upanishads en Samhita’s (de vier veda’s). Voor een beter begrip van de ayurveda volgt hier een zeer korte toelichting.
De brahmana’s zijn vrij ingewikkelde teksten. Ze zijn restrictief ingesteld, dat wil zeggen ze schrijven normen en regels voor waar je je aan zou moeten houden. Zoals bijvoorbeeld het verrichten van dagelijkse rituelen, de zorg voor het gezin, plichten als echtgenoot. Voor al deze zaken werden er regels beschreven die men diende toe te passen. Het karakter van deze regels is nogal dogmatisch en de brahmana’s vormen dan ook eerder een soort handboek voor de priester.
De Upanishad’s nemen een zeer bijzondere plaats in. Het zijn filosofische werken waarin alle denkbare aspecten van leven en dood beschreven worden. Het woord Upanishad kan vertaald worden als ‘met opgeheven hoofd dichtbij zitten’. Het is de houding die de leerling inneemt wanneer hij de lessen van de leraar ontvangt.

Als derde vedisch geschrift kunnen we de Samhita’s noemen. Dit zijn de eigenlijke vier veda’s, omdat ze uit vier verschillende boekwerken bestaan. We onderscheiden ze in de Rig-Veda, Sama-Veda, Yayur-Veda en de Atharva-Veda
Al deze veda’s hebben weer zogenaamde ‘bijlagen’ die upaveda’s worden genoemd. De veda kan men zien als de “kennis” en de upaveda als een meer uitgedrukte vorm van de kennis van de veda’s, de upaveda is meer concreet en daarom meer praktisch toepasbaar. Zo is er bijvoorbeeld de upaveda van de wetenschap van de spraak en klank (gandharva veda), de upaveda van de wetenschap van de bouwkunde (sthapatya veda) en de upaveda van de wetenschap van het leven c.q Geneeskunde (ayurveda).
Al deze upaveda’s behoren bij één of meer van de vier genoemde veda’s. Zo hoort bijvoorbeeld de ayurveda bij de atharvaveda.
De rigveda wordt als de oudste veda beschouwt (2500 v.C) en ook als een van de belangrijkste. Ze bestaat uit liederen en lofzangen, gewijd aan de goden van de natuur en het scheppingsproces. In India ziet men de veda’s dan ook als een wetenschap die door ‘god gegeven is ‘. Het is een geschenk van de natuur, waarin de natuur als het ware haar wetmatigheden in het scheppingsproces vrijgeeft.
Volgens de teksten van de veda is dus god de schepper van het universum. De schepper-god wordt Brahma genoemd en wordt dan ook beschouwd als de voortbrenger van de ayurveda. De kennis van Brahma wordt in 100.000 verzen doorgegeven aan Prajapati, die eigenlijk het werkzame aspect van Brahma is. Prajapati op zijn beurt gaf de geneeskundige kennis door aan de Ashwins, de tweeling-goden. Deze worden gezien als de genezers- der-goden.
Van de Ashwins ging de kennis over naar Indra, de leider van de goden. Indra stelt het niveau voor waarbij energie overgebracht wordt naar de zintuigen van de mens. De ayurvedische kennis werd door Indra overgedragen aan drie leerlingen, Bharadwaja, Kasyapa en Dhanwantari.

De overlevering beschrijft dat het de wijzen bekend was dat Indra over een enorme medische kennis beschikte die hij van de Ashwins gekregen had. Hoe moesten de gewone mensen daar nu aankomen? Er heersten vele ziekten en het was hard nodig dat de medische kennis ter beschikking kwam aan de mensheid, zodat de zieke mens geholpen kon worden. De grootste artsen uit die tijd besloten daarom een congres te houden om dit problemen te bespreken. Uiteindelijk besloot een van hen, de arts Bharadwaja, zich als vrijwilliger te melden om Indra te bezoeken en hem te vragen of hij de kennis mocht overnemen. Het congres vond dit een goed plan en liet Bharadwaja naar Indra vertrekken als hun vertegenwoordiger. En inderdaad werd Bharadwaja uiteindelijk door Indra volledig ingewijd in de kennis, zodat hij na terugkeer deze kennis kon verspreiden onder de andere artsen, Bharadwaja wordt dan ook gezien als de “human father”van de ayurvedische geneeskunde. Een van die artsen waaraan Bharadwaja zijn kennis doorgaf was Atreya Punarvasu. Over het historisch gehalte van deze verhalen zijn de meningen verdeeld. In de 9e eeuw v.C. zou deze Atreya Punarvasu professor zijn geweest aan de universiteit van Taxasila in wat nu de Punjab genoemd wordt. Met deze professor krijgt de ayurveda een meer rationele dimensie.
Atreya Punarvasu had zelf zes studenten (atreya betekent leerling): atreya Agnivesha, atreya Bhela, atreya Jatukarna, atreya Parasara, atreya Harita en atreya Kshara Pani.
Deze zes studenten schreven allen hun eigen boekwerk (samhita) die naar hen genoemd werden. Er was dus bijv de agnivesha Samhita en de Harita Samhita (je zou een samhita het best kunnen vergelijken met een samengesteld boekwerk bestaande uit specialistische kennis, tegenwoordig zouden we dit een “compendium” noemen).

Charaka Samhita

Alleen de werken van Agnivesha en Bhela zijn bewaard gebleven. De arts en filosoof Charaka herschreef deze teksten waarschijnlijk tussen de tweede en derde eeuw v. C. Onder de klassieke werken van ayurveda wordt Charaka het meest gelezen. De klassieke werken van Charaka – de Charaka Samhita genoemd – worden in acht delen van totaal honderdtwintig hoofdstukken verdeeld:

Deel 1. Sutra, de fundamentele principes van ayurveda (30 hoofdstukken)
Deel 2. Nidana, de diagnosestelling (8 hoofdstukken)
Deel 3. Vimana, vaststelling van oorzakelijke en pathologische factoren (8 hoofdstukken)
Deel 4. Sharira, anatomie en fysiologie (8 hoofdstukken)
Deel 5. Indirya, preventie en symptomen van ziektebeelden (12 hoofdstukken)
Deel 6. Chikitsa, behandelingen (30 hoofdstukken)
Deel 7. Kalpa, kruidencombinaties en hun bewerkingen (12 hoofdstukken)
Deel 8. Siddhi; therapeutische mogelijkheden en specifiek reinigingsbehandelingen ter preventie en vertraging van het verouderingsproces (12 hoofdstukken).

Charaka kan worden gezien als een vertegenwoordiger van de school van interne geneeskunde. Zoals eerder genoemd gaf Indra zijn medische kennis niet alleen door aan Bharadwaja maar ook aan de mythisch arts en wijsgeer Dhanwantari. Dhanwantari geeft zijn kennis door aan Sushruta die omstreeks de 5-4 eeuw v. C. zijn Sushruta Samhita schrijft. Zoals Charaka gezien kan worden als de school van interne geneeskunde zo kan de arts Sushruta gezien worden als de vertegenwoordiger van de school voor chirurgie

Sushruta Samhita

De Sushruta Samhita behandelt niet alleen de grofstoffelijke anatomie van het menselijke lichaam, maar ook de subtielere aspecten ervan. Hiermee worden de marma’s en nadi’s bedoeld. De marma’s komen deels overeen met de acupunctuurpunten van de Chinese geneeskunde, verder wordt ook de loop der meridianen zoals beschreven in de acupunctuur gevonden en beschreven in de Sushruta Samhita.
De nadi’s moeten worden gezien als een web van subtiele energiebanen in het lichaam. Sushruta stelt dat er in ieder mens 72. 000 nadi’s aanwezig zijn. Al onze gedachteprocessen en emoties stromen via deze energiebanen. De marma’s in het lichaam zijn knooppunten in deze energiestromen. Door middel van manipulatietechnieken of door middel van warmtetoevoer kan invloed uitgeoefend worden op deze energiestromen. (Sushruta beschreef de Marmas om deze niet te beschadigen bij chirurgische interventies)

Ook de Sushruta Samhita wordt in acht delen verdeeld:

Deel 1. Salya tantra, algemene chirurgie verwijderen van de ingewanden enzovoort, door middel van instrumenten
Deel 2. Salakya tantra, behandeling van KNO (keel, neus, oor) en oogziekten
Deel 3. Kaya chikitsa, ziekten die invloed hebben op het gehele lichaam zoals ontsteking, koorts en diarree
Deel 4. Bhuta vidya, psychiatrie c.q behandeling van geestesziekten
Deel 5. Kaumara britya, behandeling van kinderziekten (pediatrie)
Deel 6. Agada tantra, toxicologie (leer van de vergiften)
Deel 7. Rasayana tantra, verjongingskuren en preventie
Deel 8. Vajeekarana tantra, behandeling van sexuele stoornissen
Sushruta gaf een gedetailleerde beschrijving van operaties (zoals amputaties) en plastisch chirurgische technieken.
Bekend is de beschrijving van een plastische chirurgische ingreep die in 1794 beschreven werd door twee britse chirurgen. Zij waren getuige van een rhinoplastiek (rhino = neus) bij een patiënt die zijn neus was kwijtgeraakt tijdens de oorlog. Met behulp van een huidtransplantatie vanuit het voorhoofd werd een gehele nieuwe neus geconstrueerd. Deze methode was nieuw voor deze chirurgen en werd door deze artsen meegenomen naar Europa en werd in het medisch-chirurgisch circuit bekend als de ‘hindoe-methode’. Verder worden instrumentaria in de Sushruta Samhita beschreven voor o.a het hechten van wonden, sommige van deze instrumentaria worden heden ten dage in moderne vorm nog gebruikt.
Bij aandoeningen waar een chirurgische ingreep nodig is, verwijst Charaka naar Sushruta en omgekeerd.

Kasyapa en Vagbhata

De derde arts die zijn kennis van Indra ontving was Kasyapa, over deze arts zijn echter nauwelijks historische gegevens bekend. Wat we wel weten is dat hij waarschijnlijk een universiteit gesticht heeft in Hardwar en dat hij zich vooral gespecialiseerd zou hebben in kinderziekten en vrouwenziekten.

Nog een fundamenteel handboek is de Asthanga Hridayam welke ongeveer in 800 n. C geschreven wordt door Vagbhata. Het boek is een uitgebreide samenvatting van de Charaka Samhita en Sushruta Samhita samen. Het boek was bij studente erg in trek omdat door bestudering van dit werk ook inzicht gekregen werd in de werken van Charaka en Sushruta.
Charaka Samhita, Sushruta Samhita en Asthanga Hridayam zijn de drie klassieke werken in de ayurvedische overlevering. Deze drie werken worden ook wel “Brihat Trayi” genoemd wat vertaald kan worden als ‘grote triade’.

Reageren is niet mogelijk